Een beeldloze ode aan de verbeelding en een aanklacht tegen Polaroid

Deze post is één van de posts die ik oorspronkelijk op Tumblr had gepubliceerd, maar nu verplaats naar WordPress. De inhoud kan daarom verouderd zijn.


Eén van de grote voordelen van een museumjaarkaart is dat je veel makkelijker een museum binnenstapt, ook als je geen idee hebt wat je gaat zien. Dus toen Lotte (haar supercreatieve blog PapierAvonturen is trouwens een aanrader!) en ik gisteren onverwacht bij Foam. Onverwacht, want eigenlijk wilden wij gaan fotograferen op de Albert Cuyp-markt, maar die bleek toch bijna teleurstellend klein, dus we waren er al vrij snel uitgekeken. En toen het ook nog eens ging druppelen, besloten we om toch maar snel iets overdekts te zoeken. Een museum bijvoorbeeld. Tja, en als je dan toch al met camera’s om je nek loopt, is de keus voor Foam snel gemaakt. Goede keus, want de eerste tentoonstelling waar wij gingen, Shining in Abscence, kijken opende de dag ervoor en zal nog geen twee weken duren. Begrijpelijk, want een fototentoonstelling zonder foto’s, dat is toch wel heel bijzonder.

Oké, toegegeven, toen Lotte en ik de omschrijving van de tentoonstelling lazen, hadden we geen idee wat ons stond te wachten. Want wat moesten we hier nou weer van maken?

Shining in Absence is een fototentoonstelling zonder fotografie en een fotoboek zonder foto’s. Door het ontbreken van het voor de hand liggende, dwingt Shining in Absence ons op zoek te gaan naar duiding. De verrassende selectie van de ogenschijnlijk lege bladzijdes uit het verzamelwerk van Troost, biedt ons een eindeloze wereld aan verhalen.

Maar toen we de eerste zaal binnenliepen waren we eigenlijk meteen verkocht. Afbeeldingen van foto-albums, met hier en daar beschadigd papier, aantekeningen, fotohoekjes… maar: zonder foto’s! En juist daardoor gaan de verhalen achter de foto’s leven. Je wordt als vanzelf nieuwsgierig naar de onvertelde verhalen. Waar zou het boek over gaan, waar je alleen de laatste pagina met de tekst “The End” van ziet? Wie zouden de mensen zijn van wie je alleen maar de namen kunt lezen, en een enkele verwijzing naar gebeurtenissen uit hun leven en locaties waar de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden? Ergens deden de fotoboeken mij denken aan Six Word Stories: hele verhalen, verteld in slechts zes woorden. Op een vergelijkbare wijze vertelt “Shining in Abscence” hele verhalen in een paar bladzijdes, lijmresten en slijtplekken, en een enkel woord.

Lotte bij Shining in Abscence


Bij de tweede tentoonstelling werd het toch wel heel erg duidelijk dat fotografie niet alleen gaat over onderwerpen en verbeelding, maar ook over technieken en ideeën. De tentoonstelling van Broomberg en Chanarin, “To Photograph the Details of a Dark Horse in Low Light”, besteden aandacht aan de mogelijkheden en onmogelijkheden van filmrolletjes, maar dan wel met een focus op… racisme. Eigenlijk wil ik hier niet te veel over kwijt, maar als je gaat kijken: verwacht in ieder geval een aanklacht tegen Polaroid, waarbij een Polaroid-camera die speciaal werd ontwikkeld voor en gebruikt tijdens het apartheidsregime voor een heel ander doel wordt gebruikt. En ook bij Broomberg en Chanarin vind je weer werk waarbij foto’s een suggestie wekken, maar de eigenlijke foto of een deel ervan ontbreekt. Minimalisme tot het uiterste: om iets te laten zien hoef je tegenwoordig niets te laten zien.

En dan was er ook nog de tentoonstelling van Geert Goiris. Alledaagse voorwerpen, natuur en architectuur, maar weer op een manier die iets heel anders suggereert dan wat je eigenlijk ziet. Foam claimt dat Goiris’ werk postapocalyptisch aandoet. Of het nou per sé postapocalyptisch is? Weet ik niet. Duister is het in ieder geval wel. Wij hebben toch wel een paar keer moeten kijken, voor wij echt zagen dat de reusachtige, harige, dode spin in werkelijkheid een cactus was. Een duistere cactus. Who knew?

Kortom, als je houdt van fotografie waarbij de foto iets heel anders is dan het onderwerp, dan moet je één dezer weken echt naar Foam!