Mijn Eerste Kerstdag: Vivian Maier en Araki bij Foam

Deze post is één van de posts die ik oorspronkelijk op Tumblr had gepubliceerd, maar nu verplaats naar WordPress. De inhoud kan daarom verouderd zijn.


Het is kerst en terwijl families zich verzamelen rond het gourmetstel doen Mark en ik het dit jaar even helemaal anders (oké, dat is een leugen, wij gourmetten op de 24e en de 26e, maar vandaag toch echt even niet). Wij zijn ook gek op consumeren hoor, maar dit keer consumeren wij voor de verandering kunst. Dus maakten wij vandaag gebruik van de ruime openingstijden van de Foam en bezochten wij – eindelijk! – de tentoonstellingen van Vivian Maier en Araki.

Vivian Maier is geboren in 1926 en was daarmee een bijna-leeftijdsgenote van straatfotografen als Ed van der Elsken (geboren in ‘25), William Klein en Garry Winogrand (beiden geboren in ’28). Maar in tegenstelling tot deze beroemde fotografen, die onder meer veel commercieel werk hebben gedaan, heeft Vivian Maier haar leven gewijd aan kinderen. Hoewel haar werk als nanny haar veel vrijheid gaf om de straten van onder meer New York te fotograferen, leverde het haar roem noch erkenning op. Pas toen zij – twee jaar voor haar dood – in 2007 de kosten van haar opslag niet meer kon betalen, is bij toeval haar werk ontdekt. Maier kon er niet meer van kan genieten, maar het is hard gegaan met haar post-mortem carrière. In de afgelopen jaren zijn verschillende documentaires en boeken aan haar gewijd.

Ook Foam kon niet achterblijven en biedt dit najaar een beperkte overzichtstentoonstelling van haar werk. In de eerste twee weken trok de tentoonstelling al 15.000 bezoekers en in de afgelopen anderhalve maand dat de tentoonstelling er was, hoorde ik ook van vrienden veel positieve reviews. Mijn verwachtingen waren dan ook torenhoog. Misschien iets te hoog voor de hal en drie zalen die tot onze beschikking stonden. Zelfportretten die mij deden denken aan Lee Friedlander, close ups van spelende kinderen en straatbeelden van New York met veel oog voor detail. In het kort: het smaakte naar meer. Voor een tentoonstelling die zo goed is ontvangen, had ik er gewoon meer van verwacht. Misschien in de toekomst?

In de eerste jaren dat ik fotografeerde, heb ik mij vooral op straatfotografie gericht en daarom had ik verwacht dat vooral Vivian Maier indruk zou maken. Maar uiteindelijk was het de Japanse fotograaf Araki waar ik helemaal weg van was. Voor de verandering startte deze tentoonstelling niet met het vroege werk van Araki, maar juist met zijn meest recente stillevens. Bloemen en poppen, volgens het begeleidend schrijven een onderzoek naar de dood. Rijke, heldere kleuren, focus op seksualiteit (en… misbruik?) en een verwijzing naar de Japanse traditie van begravenissen, waar bloemen een grote rol spelen. Elk beeld biedt zo veel ruimte om je blik te laten dwalen en nieuwe elementen te ontdekken, heerlijk!

Het is dan ook even wennen als je de tweede zaal ontdekt: het documentaire werk waarin Araki ons een blik gunt in zijn wereld. Verweven zijn foto’s van zijn huwelijksreis en van zijn kat, Chiro (terwijl ik dit schrijf, bedenk ik mij dat volgens mij ook de foto’s van het sterven van Araki’s vrouw, Yoko, hier hingen, maar misschien haal ik nu zalen door elkaar). Dit is wel even een andere kant van de fotograaf: de foto’s zijn net zo intiem, maar gevoeliger, tederder en vrediger.

Maar Araki blijkt veel en veel breder te werken. In andere zalen ontdek je stadslandschappen met een focus op de hemel, maar ook een focus op het aardse met erotische, soms pornografische polaroids. Niet dat we daarmee een compleet beeld krijgen van de veelzijdige fotograaf, want beneden vind je ook een zaal en een overloop met straatfotografie, een rauwe documentaire serie over de dood van Chiro en beschilderde foto’s van Kinbaku-bi, de Japanse kunst van bondage, waar gekleurde lijnen aandacht vestigen op lichamen van jonge, beheerste vrouwen. Voor ieder wat wils, maar de nadruk ligt wel op het vergankelijke.

De tentoonstelling van Araki was voor mij het eerbetoon aan een fotograaf dat ik ook van de tentoonstelling van Vivian Maier had verwacht. Het geheel vormt een verhaal waarin leven en dood zich in elk tijdperk van Araki’s leven vervlechten en doet de naam van de tentoonstelling, Photography for the Afterlife: Alluring Hell (Fotografie voor het Hiernamaals: een Verleidelijke Hel), recht aan. In mijn kast staat een studieboek “Numbering our days”, waarin een antropologe laat zien hoe ouderen de naderende dood zien in een Amerikaans-Joodse gemeenschap. En ook al is Araki dan een fotograaf, zijn verbeelding van de benadering van de dood, met oog op persoonlijke beleving en Japanse tradities, biedt een minstens zo goede aanvulling op de studie naar wat het betekent om een mens te zijn.

Wil je zelf beide fotografen bewonderen bij Foam? Vivian Maier’s werk hangt er nog tot 1 februari en voor Araki kun je zelfs tot 11 maart terecht.